Skip to main content

Een woonkamer die eindelijk gelijkmatig warm wordt, een vloer die prettig aanvoelt en een warmtepomp die niet onnodig hard hoeft te werken: dat is waar lage temperatuurverwarming om draait. In deze handleiding lage temperatuur verwarming leest u wat het systeem vraagt van uw woning, welke afgiftesystemen passen en hoe u voorkomt dat comfort verloren gaat door een verkeerde instelling.

Lage temperatuurverwarming is geen losse installatie die u zomaar aan een bestaande woning toevoegt. Het is een manier van verwarmen waarbij alle onderdelen goed op elkaar moeten aansluiten: de isolatie, de warmtebron, de leidingen, de radiatoren of vloerverwarming en de regeling. Juist daarom is maatwerk belangrijk.

Wat is lage temperatuurverwarming?

Bij een traditionele cv-installatie stroomt vaak water van ongeveer 70 tot 80 graden naar de radiatoren. Bij lage temperatuurverwarming, vaak afgekort tot LTV, ligt de aanvoertemperatuur meestal tussen 35 en 55 graden. De woning krijgt dus minder hete warmte aangeboden, maar gedurende langere tijd en via een groter afgifteoppervlak.

Dat klinkt misschien als minder vermogen, maar dat hoeft niet zo te zijn. Een goed ontworpen vloerverwarming of een voldoende grote radiator kan ook met minder warm water genoeg warmte afgeven. Het verschil merkt u vooral in het comfort: minder koude hoeken, een gelijkmatiger temperatuur en geen radiatoren die heel heet aanvoelen.

LTV past goed bij een warmtepomp. Een warmtepomp werkt het zuinigst als hij water niet ver hoeft op te warmen. Ook een moderne cv-ketel of hybride warmtepomp kan efficiënter draaien bij een lagere aanvoertemperatuur. De besparing is wel afhankelijk van uw woning en stookgedrag. In een matig geïsoleerd huis met kleine radiatoren is de stap naar volledig lage temperatuur verwarmen niet altijd direct haalbaar.

Eerst kijken naar de warmtevraag van uw woning

De beste installatie begint niet bij het kiezen van een warmtepomp of radiator, maar bij de vraag hoeveel warmte iedere ruimte verliest. Enkel glas, een ongeïsoleerde vloer, kieren of een slecht geïsoleerd dak vragen voortdurend extra vermogen. Dan moet een installatie harder werken om dezelfde temperatuur te bereiken.

Isoleren is daarom vaak de verstandigste eerste stap. Dak-, gevel-, vloer- en glasisolatie zorgen ervoor dat de warmte binnenblijft. Dat maakt lage temperatuurverwarming betrouwbaarder en kan betekenen dat een kleinere warmtepomp of minder grote radiatoren voldoende zijn. Ventilatie blijft daarbij nodig. Een goed geïsoleerd huis moet vocht en vervuilde lucht nog steeds gecontroleerd afvoeren.

Kijk ook per ruimte. Een goed geïsoleerde slaapkamer vraagt iets anders dan een woonkamer met veel glas of een badkamer die u snel warm wilt hebben. Een berekening van het benodigde vermogen voorkomt dat er wordt gegokt op basis van alleen het aantal vierkante meters.

Een eenvoudige praktijktest met uw huidige cv-ketel

Woont u al in het huis en heeft u een modulerende cv-ketel? Dan kunt u in het stookseizoen voorzichtig testen of uw woning geschikt is voor een lagere aanvoertemperatuur. Zet de cv-aanvoer niet ineens extreem laag, maar verlaag deze stapsgewijs, bijvoorbeeld naar 60 graden en later naar 50 graden. Blijft uw woning op koude dagen comfortabel warm, dan is dat een goed teken.

Houd tijdens de test rekening met het weer, de gewenste kamertemperatuur en uw gebruikelijke stookmomenten. Worden bepaalde kamers niet warm genoeg, dan is dat waardevolle informatie. Mogelijk is daar een grotere radiator, extra vloerverwarming of een betere inregeling nodig. Zet de temperatuur niet zo laag dat u dagenlang in de kou zit: deze test is een indicatie, geen vervanging voor een goed advies.

De juiste warmteafgifte kiezen

Vloerverwarming is de bekendste vorm van lage temperatuurverwarming. Door het grote oppervlak kan de vloer warmte afgeven met relatief koel water. De warmte komt rustig en gelijkmatig omhoog, wat vooral prettig is in woonkamers, keukens en aanbouwen. Bij een renovatie kan vloerverwarming soms worden ingefreesd, maar de mogelijkheden hangen af van de bestaande vloerconstructie en de beschikbare opbouwhoogte.

Vloerverwarming reageert minder snel dan radiatoren. Dat is geen nadeel als de woning stabiel wordt verwarmd, maar het vraagt wel om een passende regeling. Steeds grote temperatuursprongen maken is meestal niet nodig en kan juist minder zuinig uitpakken.

Radiatoren kunnen ook prima onderdeel zijn van een LTV-systeem, mits ze groot genoeg zijn. Een bestaande compacte radiator die bij 75 graden goed werkte, geeft bij 45 graden aanzienlijk minder warmte af. Dat lost u niet op door de warmtepomp harder te laten draaien. Vaak is een grotere paneelradiator, een lage temperatuur radiator of een convector een betere oplossing.

In een badkamer is een combinatie vaak praktisch. Vloerverwarming zorgt voor comfort onder de voeten, terwijl een handdoekradiator of geschikte extra afgifte helpt om de ruimte snel op temperatuur te krijgen. Daarbij moet wel worden gecontroleerd of de radiator bij lage watertemperatuur voldoende vermogen levert.

Handleiding lage temperatuur verwarming: zo werkt de instelling

Een goede installatie kan alleen zuinig draaien als de regeling juist staat. De belangrijkste instelling is de aanvoertemperatuur: de temperatuur van het water dat naar het afgiftesysteem gaat. Hoe lager deze temperatuur kan blijven zonder comfortverlies, hoe beter voor het rendement van een warmtepomp en vaak ook voor het verbruik van een cv-ketel.

De juiste temperatuur is geen vast getal voor elk huis. Een moderne, goed geïsoleerde woning met vloerverwarming kan soms comfortabel zijn met 35 graden. Een oudere woning met deels radiatoren heeft misschien 45 of 50 graden nodig wanneer het buiten vriest. Het doel is niet om de laagst mogelijke waarde op het display te zetten, maar om een temperatuur te kiezen die op koude dagen nog voldoende warmte levert.

Weersafhankelijke regeling kan hierbij helpen. De installatie past de aanvoertemperatuur dan aan op de buitentemperatuur. Als het buiten zachter is, wordt het water minder warm. Bij kou loopt de temperatuur gecontroleerd op. Zo voorkomt u dat radiatoren onnodig heet worden en blijft de binnentemperatuur rustiger.

Ook waterzijdig inregelen verdient aandacht. Daarbij wordt de waterverdeling over radiatoren en groepen van de vloerverwarming ingesteld. Zonder inregeling kan de dichtstbijzijnde radiator te veel water krijgen, terwijl een kamer verderop achterblijft. Het gevolg is dat bewoners de temperatuur hoger zetten, terwijl het echte probleem een verkeerde verdeling is.

Veelvoorkomende fouten die comfort kosten

Een bekende fout is een warmtepomp combineren met te kleine radiatoren en vervolgens de aanvoertemperatuur hoog instellen. De woning wordt dan misschien warm, maar het rendement valt tegen. Eerst de afgifte op orde brengen is meestal verstandiger.

Een tweede fout is alle radiatorkranen dichtdraaien in ruimtes die u minder gebruikt. Een beperkt lagere temperatuur kan prima, maar grote verschillen tussen kamers kunnen vochtproblemen of extra warmtevraag geven. Laat de installatie bovendien voldoende doorstroming houden, zeker wanneer een warmtepomp het systeem voedt.

Verder zien we regelmatig dat vloerverwarming en radiatoren zonder goede verdeler, regeling of inregeling samenkomen. Die systemen kunnen goed samenwerken, maar ze vragen soms verschillende watertemperaturen. Dit moet vooraf worden bekeken, niet pas wanneer één ruimte achterblijft.

Wanneer is een hybride oplossing logisch?

Volledig elektrisch verwarmen is niet voor iedere woning meteen de beste stap. Een hybride warmtepomp werkt samen met de cv-ketel. De warmtepomp neemt een groot deel van de verwarming voor zijn rekening bij milde en gemiddelde buitentemperaturen. De ketel springt bij als het erg koud is of wanneer extra vermogen nodig is.

Dat kan een logische tussenstap zijn voor woningen met nog niet overal voldoende isolatie of met radiatoren die niet direct vervangen worden. Ook dan blijft lage temperatuurverwarming relevant: elke graad die de warmtepomp minder hoeft te leveren, helpt het rendement. Wel is het verstandig om vooraf te beoordelen welke verbeteringen later nog nodig zijn om verder te verduurzamen.

Een persoonlijke opname van de woning maakt daarin het verschil. Liefting Installatietechniek kijkt niet alleen naar de warmtebron, maar ook naar de bestaande afgifte, isolatie en wensen per ruimte. Zo ontstaat een oplossing die past bij hoe u woont, in plaats van een standaardpakket.

Begin daarom met een eerlijke blik op uw huidige installatie. Worden alle kamers warm, wat is de aanvoertemperatuur op een koude dag en waar verliest uw huis warmte? Met die antwoorden kunt u gericht verbeteren en stap voor stap naar comfortabel, zuinig verwarmen toewerken.